Tips voor de pup

Deze pagina is bedoeld om tips neer te zetten voor iedereen die een pup heeft aangeschaft. Ik schrijf hier telkens iets bij en baseer me op ervaringen met mijn eigen pup, kennis uit mijn opleiding en vragen die gesteld worden in de les.

Zindelijkheid

Als de pup bij je thuis komt, plast en poept de pup misschien nog bij jou in huis. Dit is niet vreemd. De pup moet nog leren hoe hij zijn sluitspieren moet gebruiken en moet het “leren ophouden”. Als je de pup bij een fokker vandaan hebt, die het nest heel erg schoon hield (dus alle poep en plas direct opruimde en een uitloop had naar buiten) dan heb je met je pup een grote voorsprong: hij heeft al de neiging om “zijn nest” niet te bevuilen.

Wat is nou zindelijkheid bij een pup? Dat is niets anders dan dat jij snel genoeg bent met je pup buiten zetten, nog voordat hij binnen heeft geplast. Laat je niet wijsmaken dat sommige pups al met 7 weken zindelijk zijn, want de pup heeft pas controle over zijn blaas als hij rond de vijf maanden oud is.

Ik moet eerlijk bekennen dat Juna, inmiddels alweer 5 dagen bij ons, nog geen enkel plasje of poepje in huis heeft gedaan. Heb ik een wonderpup? Misschien. De truuk is echter niet zo wonderlijk. Na iedere activiteit zetten we haar buiten. Als ze iets heeft gedaan op het gras wordt ze nadien uitbundig beloond. Met iedere activiteit bedoel ik: slapen, eten, drinken, spelen, knuffelen, een tijdje rondlopen, op verkenningstocht in huis of tuin. Elke keer zet ik haar even buiten en dan komt truuk nummer 2: het plas- en poepveldje moet vlakbij zijn en “saai” zijn. De plek is er dus echt alleen om uit te gaan, pas daarna gaan we leuke dingen doen.

Ik heb het geluk dat ik het veldje in mijn voortuin kon aanleggen. Niets is simpeler dan de pup oppakken, de voordeur uitgaan en wachten op de plas. Tot ze iets gedaan heeft zeg ik ook niets tegen haar. Ik zou haar teveel afleiden en wacht daarom rustig af tot ze wat gaat doen. Na de boodschap geef ik haar de aandacht, speel met haar en beloon haar uitbundig.

Als ik dit vertaal naar elke andere pup, maar je niet in de gelegenheid bent om een veldje aan te leggen, is het wel handig om je pup op te tillen en neer te zetten waar hij zijn behoefte moet leren doen. Je gaat dan ook pas weg van die plek als de pup iets heeft gedaan (waar je hem de hemel voor inprijst). De pup moet gaan leren: daar moet ik plassen/poepen en dan gaan er leuke dingen gebeuren. Ga je een eindje lopen in de hoop dat de pup wat gaat doen, dan zal hij van alle indrukken wel eens kunnen vergeten om te plassen en dit netjes binnen doen na de wandeling!

Socialisatie

Uiteraard is socialisatie ook belangrijk. Met name de eerste weken. Hoewel er nog altijd dierenartsen zijn die beweren dat de pup voor de 12e week niet naar buiten moet gaan in verband met mogelijke besmettingen van parvo, ben ik een fel voorstander van die eerste weken wèl naar buiten gaan. Tussen de 7e en 12e levensweek van de pup zit namelijk de socialisatie fase. Een fase die je nooit meer over kunt doen, maar essentieel is voor de komende 12 levensjaren van de hond. In deze fase moeten ze alles leren kennen wat ze tegen kunnen komen in de vreemde mensen wereld.

Om de kans op parvo te beperken kun je met name de drukke hondenuitlaatplekken vermijden.

Ik kies voor het risico op parvo. Hoewel het een zeer ernstige en levensbedreigende ziekte is, komt parvo niet heel erg veel voor. Om het iets te omzeilen en daarnaast om Juna met voldoende steun de wereld te laten zien, heb ik een grote rugzak. Ik doe haar erin en hang de rugzak op mijn buik. Zo kan ik veilig op pad en kan Juna met mijn steun de wereld eens gaan verkennen.

De afgelopen dagen ben ik in de binnenstad van Gouda geweest. Juna keek haar ogen uit en ineens voelde ik haar in de rugzak verstarren. Ze vond iets eng. Het bleek een orgel te zijn. Ik ben rustig een stukje opgelopen met het orgel tot ik haar in de tas weer voelde ontspannen (de stijve pootjes verslapten en ze hing weer rustig in de tas) Dat was voor mij het teken om weer door te lopen. Hoewel ik dus aandacht geef aan haar angst, door erop in te gaan, maak ik het er niet erger door. Ik geef haar steun, ze kan in de tas wegkruipen en zit tegen mij aan, maar de prikkel (het orgel) gaat pas weg als zij laat zien dat ze het niet meer eng vindt. Dat merk je door het verstijven en dan ontspannen, of indien je de pup op de arm houdt, door een hoge hartslag bijvoorbeeld. Ik praat op dat moment niet tegen haar, maar steun haar dus fysiek.

De dag erop zijn we met de metro naar Rotterdam geweest. Met name de metro geeft enorm veel herrie en was daarom een goede socialisatie. De vele duiven, mensen, trams, toeterende bussen en auto’s, getik van de stoplichten en andere honden vond Juna vanaf de rugzak allemaal niet zo spannend meer. Ze hing rustig op haar plekje en bekeek op haar gemak de vreemde mensen wereld. Op de terugweg was ze zo moe, dat ze door de enorme herrie van de rijdende metro heen, in slaap viel. We hebben haar de rest van de dag eigenlijk alleen nog maar zien slapen. Het waren nogal wat indrukken!

Om de pup alles goed te laten opnemen, is het raadzaam om socialisatie niet te lang te maken op een dag. Wil je bijvoorbeeld naar de markt in Gouda, dan kun je het beste de pup ’s ochtends wat rustig houden en daarna een uurtje op pad gaan. Niet veel meer. Een uur is al intensief genoeg.

Let op: mocht je overwegen om ook met een rugzak aan de gang te gaan, let er dan goed op dat de tas niet te warm wordt van binnen. De pup kan nog niet zo goed tegen warmte en kan snel oververhit raken. Op warme dagen is dan geboden om te wachten tot de temperatuur wat lager is geworden (tegen de avond) of vroeg ’s ochtends. Daarnaast is halverwege een plaspauze inlassen wel aan te raden. Neem een flesje water en een klein bakje mee om de pup tussentijds bij de plaspauze ook wat te laten drinken.

In die eerste weken, de 7e tot 12e levensweek van de pup, dien je de pup zoveel mogelijk van de wereld te laten zien: auto’s, treinen, mensen, honden, geluiden, traktoren, dieren, boten, lift, gehandicapten, rolstoelen, scootmobielen, rollators, herrie van de straat, wegwerkzaamheden enz. Wat je je maar kunt bedenken. Daarnaast moet je je goed bedenken dat wat je in het eerste jaar niet hebt laten zien, je pup als volwassen hond later altijd bang voor zal zijn. Na de 12e week lijkt je socialisatie soms helemaal voor niets te zijn geweest: ineens is puplief toch weer overal bang voor! dat is normaal. Rond de 12e levensweek van de pup komt het deel van de hersenen op gang dat voor de “natuurlijke angst” zorgt. Oftewel: de pup gaat beseffen dat hij soms voor gevaren moet oppassen en om te overleven moet je vluchten. Deze periode krijgt vrijwel elke pup. Indien je de eerste weken veel hebt ondernomen, zul je merken dat als je alles gaat herhalen (wat de bedoeling is!) de angst snel weer verdwenen is. Krijg je de pup echter pas in deze periode, of ga je pas na de 12e levensweek met hem op stap naar de buitenwereld, dan kan dat een stuk moeilijker gaan worden!

Kortom: van de 7e tot 12e levensweek alles laten zien. Na de 12e levensweek ga je alles herhalen en opnieuw laten zien. Geef je pup steun waar nodig en maak voorwerpen of geluiden niet enger dan ze zijn (stel je neutraal op, zo kan de pup zich makkelijker aanpassen).

Trainen

Dan is het nu tijd voor de eerste oefeningen. We willen graag dat de hond later naar commando’s luistert als dat nodig is, dus gaan we hem dat nu al leren. Jong geleerd is oud gedaan, nietwaar? Eerst gaan we bedenken wat het belangrijkste is in de eerste weken. Dit is natuurlijk ieder voor zich. In Juna’s geval vind ik dat: hierkomen, aandacht en zitten. daarom bespreek ik deze onderdelen hieronder.

We beginnen met het zitten. Om je pup zo snel mogelijk iets te laten begrijpen hangt alles af van timing van jou als baas. Je hond spreekt geen Nederlands en jij spreekt geen Honds. We kunnen dus wel stellen dat er enige barrière is. Om de pup dan toch het commando “zit” aan te kunnen leren, gebruiken we een voertje. Het voertje houd je voor de neus van de hond en beweeg je vervolgens rustig omhoog. Recht omhoog. De pup zal omhoog gaan kijken en terwijl hij dat doet, valt zijn achterste omlaag. Zodra de pup met zijn achterste de grond raakt, zeg je “zit” en geef je hem zijn beloning (het brokje in je hand). Je zegt het commando dus pas op het moment dat het wordt uitgevoerd! Zo kan je pupje de link gaan leggen tussen het gedrag en het signaal (zit). Dit signaal moet altijd hetzelfde zijn. Probeer voor de duidelijkheid van je pup echt alleen korte commando’s te gebruiken en laat zinnen als “ga maar zitten” of “ga eens zit” zoveel mogelijk achterwege te laten. Dit verward je pup alleen maar.

Aandacht van je pup krijgen. Begin hiermee in een rustige omgeving waar je pup niet zo wordt afgeleid. (dus geen mensen, geen andere honden, geen onbekende omgeving met vreemde geurtjes die onderzocht moeten worden) Denk aan je achtertuin of gewoon de woonkamer. Ook nu maken we weer gebruik van voertjes. We nemen een brokje en houden dit voor de neus van de pup. Je brengt vervolgens het voertje naar je gezicht (ga door je hurken als de afstand voor de pup te groot wordt om het brokje nog te kunnen volgen) . Zodra je pup naar je gezicht kijkt, zeg je “kijk” en geef je het voertje. Je pupje gaat leren dat oogcontact maken goed is en wordt beloond. Later kun je het “kijk” gebruiken als attentie signaal.

Hierkomen. Voor het hierkomen dient de pup eerst zijn naam te kennen en te weten dat bij jou komen leuk is. De naam aanleren is simpel: iedere keer als je de naam van de pup noemt, of je pup nu reageert of niet, geef je een voertje. De pup zal al snel doorhebben dat het signaal “NAAM” betekent dat er iets lekkers bij de baas te halen valt. Dan kun je het voor het hierkomen gaan gebruiken. Je noemt de naam van de hond, en nodigt hem uit om te komen (met iets lekkers, met je handen wijd, door je hurken, hoge stem, vrolijk aanmoedigen). Als hij jouw kant op komt dan moedig je hem aan met “goed zo” of “braaf” en als hij bijna bij je is zeg je “hier” en beloon je voor het komen.

Mijn hond wordt dik?

Vaak hoor ik de vraag: wordt mijn hond niet veel te dik met al die snoepjes en extra beloningen? Het antwoord is ja, maar…. je kunt natuurlijk in plaats van de brokjes in de voerbak te gooien, de brokjes meenemen met de oefeningen binnen en buiten en als je naar de hondenschool gaat. Geef je vers vlees, dan kun je overwegen om óf gemalen vlees te pakken en daarvan gehaktballetjes te draaien en die als beloning te gebruiken óf kipfilet te koken en dit in reepjes te trekken. Je haalt dan iets van het voer af en kipfilet ruikt weliswaar voor de hond heerlijk, maar zit weinig dikmakends in.

Wandelen zonder trekken

Een inmiddels gevreesde oefening is wandelen zonder trekken denk ik. Het gegeven lijkt zo makkelijk:
Nooit achter je hond aanlopen en als de lijn strak staat DIRECT de andere kant uitlopen. Geef alleen aandacht aan het gedrag dat je wilt zien.

Twee zinnen… en toch een dramatisch verloop vaak! Veel honden trekken aan de lijn. Laten we er eens nader op in gaan. We hebben de kennis van het vorige onderdeel nog vers in ons geheugen zitten en dus stellen we ons direct de vraag:

Wat is de beloning voor de hond als hij trekt?
Ik denk dat we opnieuw uitkomen bij onbewust belonen.
Want wat doe je als je hond blijft staan? “Kom, ga je mee? Kom nou, kijk een brokje!”
Want wat doe je als de hond trekt? “oh hij moet plassen, ik ren wel met je mee!”
Want wat doe je als de hond trekt? “hé buurvrouw u hier, ja dit is mijn nieuwe pupje leuk he!”
Want wat doe je als de hond trekt? “jeetje wat trekt die hard, niet zo trekken!!” (en loopt nog een paar stappen mee)
Want wat doe je als de hond netjes naast je loopt? “hehe eindelijk mijn arm ontspannen, waar ging ik ook weer naartoe?”
Kortom: waar en wat beloon je nu eigenlijk?
De kunst is dat je hond NOOIT succes heeft met zijn gedrag. En NOOIT betekent dus ook NOOIT. Dat is niet toch wel als hij dat andere hondje ziet dat hij zo graag mag, en ook niet als hij heel erg nodig moet plassen en ook niet als je haast hebt!
Kort gezegd: als je geen tijd hebt om je pupje aan de lijn te leren lopen, dan moet je hem op dat moment niet aangelijnd laten lopen. Optillen en neerzetten op de plasplaats is een optie. Bij een grote hond zou ik kiezen voor een plasplekje in de tuin bijvoorbeeld.

Besef je dat iedere keer dat je hond succes heeft met trekken, hij het langer zal volhouden.

Een mooie metafoor voor het trekken aan de lijn is een gokkast. Waarom zijn er hardnekkige gokverslaafden? Omdat ze af en toe succes hebben. Hoe langer het geleden is dat ze gewonnen hebben, hoe fanatieker ze worden in het bereiken van hun doel: klinkende muntjes uit de automaat.

Nu vertalen we dat naar de hond. Je bent een fanatieke beoefenaar en wilt graag dat je hond netjes loopt. Toch laat je hem ’s ochtends naar het plasveldje trekken. Je hond zal blijven proberen om te trekken en daarmee de leiding nemen en kiezen welke kant hij op wil.

Want waarom is wandelen zonder trekken nou zo moeilijk?
Ten eerste omdat wij als mensen vaak niet consequent zijn.
Ten tweede omdat de hond enorm beloont wordt voor het trekken:
- Een baas die zegt:  ”nu niet meer, stop nou, genoeg!”
- Een ander hondje waar hij uiteindelijk ook bij uit gaat komen. Het contact ermee is de beloning.
- Zijn zin krijgen (en reken maar dat dat een beloning is!!!)
- De kant opgaan die hij interessant vindt.

Dan zijn er nog vele manieren om je hond mee naar buiten te nemen, zoals riemen met een stuk elastiek erin (als de hond maar hard genoeg trekt, krijgt hij nóg meer ruimte) maar ook flexilijnen leren de hond te trekken. Het lijkt onlogisch, omdat hard trekken niet nodig is om meer ruimte te krijgen, maar de hond leert wel degelijk dat als er een druk op zijn halsband of tuig staat, hij meer ruimte kan krijgen. Wat gaat de hond dus doen? Meer ruimte nemen. Loop je na de flexilijn weer aan een normale riem, dan heb je al snel een trekkende hond. Of zet je in de stad de flexilijn even vast, dan kun je er ook van op aan dat je hond zal trekken. Hij is immers gesterkt in het gedrag dat als hij trekt, hij naar datgene dat hem interesseert toe kan gaan? Tot slot verbreek je met een flexilijn elk contact met je hond. Je ziet maar weinig honden naast de eigenaar lopen die een flexilijn aan hebben. Ze lopen altijd een meter of 2 á 3 voor de eigenaar. Die afstand zorgt ervoor dat de hond leert dat hij buiten zijn eigen weg gaat. Is dat wat je prettig vindt, dat is dat uiteraard prima, maar persoonlijk vind ik contact houden met mijn honden erg belangrijk. Zo kan ik ze sturen en tevens leren welk gedrag ik van ze wens. Daarnaast vallen ze dan ook verder niemand lastig. Als de hond een paar meter voor me loopt, dan is je hond eerder bij tegenkomende voetgangers dan jij en kan er al tegenop gesprongen zijn voordat je iets hebt kunnen doen.
Indien je tijdens het opspringen van je hond tegen de vreemde dan in paniek “laag” roept heeft je hond het gedrag al laten zien. Daarnaast: wat zal de pup leren bij het woord “laag” als je het roept als hij opspringt tegen mensen?

Bedenk je altijd: welk gedrag wil ik zien van mijn hond? Waar wil ik dat hij loopt en hoe wil ik dat hij meeloopt? Waar beloon ik dan voor?

De hond die Nederlands verstaat
Je pupje komt in huis, hartstikke leuk natuurlijk en vooral een berg werk: zindelijk maken, opletten of je huis niet wordt gerestyled, genoeg rust geven, opvoeden en… commando’s aanleren!!

Mijn eerste vraag is altijd: “verstaat jouw hond Nederlands?”
De meesten zullen zeggen “nee natuurlijk niet”
Een enkeling bevestigt dat de hond van een Nederlandse fokker komt en inderdaad denkt dat de hond Nederlandse taal verstaat.

Nu, het zal je dan niet verbazen als je hoort “een hond verstaat geen Nederlands en zal het ook nooit leren”
Je hond leert op commando’s te reageren door de klank te verbinden met een bepaalde handeling.
Zo leert je hond dat “hier” bij je komen is, dat “zit” zitten is, dat “af” liggen is enz.

Maar nu komt het, al snel begint iedereen hele zinnen tegen zijn hond te verkondigen en verwacht dan ook dat de hond daadwerkelijk uitvoert wat je zegt. Ik zie zelfs mensen boos worden als de hond niet reageert op “ga nou eens zitten” omdat “hij echt wel weet wat er bedoeld wordt”.

Vergis je niet in hoe onlogisch wij als mensen zijn naar onze honden toe. Een commando “zit” geven wij al op 1000 verschillende manieren:
- wijzen
- met een brokje voor de neus
- naam van de hond en “zit”
- Ga nou eens zitten
- Ga je nu zitten?
- Doe zit
- Ga nou even rustig zitten
- je doet het ook alleen maar als ik boos word, en nou ZIT!!!
- enz. vul zelf maar in.

En hieruit moet je hond dan maar opmaken dat je nog steeds hetzelfde bedoeld. Kortom: men loopt opnieuw voorbij aan het feit dat de hond geen Nederlands verstaat en dit ook nooit zal leren. En dan hebben we het nog niet eens over de timing van onze vragen aan de hond!

Besef je goed dat als je niet duidelijk het aangeleerde commando geeft, je niet hoeft te verwachten dat je hond het opvolgt. En ja, er zijn honden die op hele zinnen braaf doen wat je wilt, maar dat berust eerder op toeval dan op wijsheid.

Als je begint met het aanleren van commando’s, is het het makkelijkste om de signalen kort te houden en altijd op dezelfde manier te gebruiken:
- naam hond, zit
- naam hond, af
- naam hond, hier
- naam hond, naast
- naam hond, volg

Als je er echt over gaat nadenken is het eigenlijk verbazingwekkend hoe goed het aanpassingsvermogen van de hond naar die vreemde wezens als zijnde “mens” eigenlijk is. Wij zijn de vreemde marsmannetjes die met ons rare taaltje allerlei onverstaanbare en onbegrijpelijke regels opleggen. Probeer je in te leven in je hond, en besef dan dat datgene wat jij van je hond vraagt allicht niet begrijpelijk is voor je hond.
Leer je hond de associatie leggen tussen signaal/commando en gedraging en gebruik dan ook echt alleen dát signaal om begrijpelijk te zijn en te blijven voor je hond. Benoem het gedrag op het moment dat hij het gedrag vertoont, zodat hij de link kan leggen tussen zijn gedrag en het signaal.

Voorbeeld
Je wilt je hond leren dat hij niet opspringt. Oftewel: je wilt hem leren “laag” te blijven. Voor het opspringen zeg je dan niets, en zodra hij met 4 poten de grond raakt zeg je “laag” en dit bevestig je door aandacht te geven als beloning.

Je wilt je hond leren dat hij niet blaft. Oftewel: je wilt hem leren “stil” te zijn. Voor het blaffen zeg je niets en zodra hij stil wordt zeg je “stil” en dit bevestig je door aandacht te geven.

Je wilt je hond leren plassen op commando. Oftewel: je wilt hem leren “plasje doen”. Zodra je hond zit te plassen zeg je iedere keer “plasje doen” en geef je hem aandacht voor zijn goede gedrag, namelijk het netjes buiten plassen.

In bovenstaande voorbeelden koppel je dus het commando aan het gedrag wat je wilt zien, zodat als je later om het signaal/commando vraagt, de hond dit probleemloos kan opvolgen en begrijpt waar het om gaat.

De puberende hond, bestaat die wel?
Er wordt vaak gezegd dat de hond zo rond de 7e maand gaat puberen. Laten we dan eens verder ingaan op wat puberen eigenlijk is.

Definitie
Puberen is als definitie een reorganisatie van de hersenen. Op dat moment vallen alle remmingen weg en wordt er gezocht naar het overschrijden van grenzen. Waar ligt die grens en wat gebeurt er als je daar ver overheen gaat?
Bij mensen is het duidelijk zichtbaar als een kind in de puberteit raakt: bij het scannen van de hersenen is er een afwijkende activiteit zichtbaar ten opzichte van volwassenen of kinderen. De pubereit zet zich dan in. Door de reorganisatie gaat de grijze brij als het ware schudden en husselen en komt later alles weer op een bepaalde plek. Dat schept letterlijk verwarring en uit zich in complexe gedragingen. Logisch, want de hersenen hebben moeite om de juiste gedraging te laten zien, omdat alles in de hersenen als het ware door de war is geschopt.

Puberen bij de hond
Als je uitgaat van de definitie puberen bij de mens, en je brengt dat over naar de hond, dan blijkt de hond géén reorganisatie van de hersenen te hebben. Feitelijk kun je stellen dat je hond dus niet “pubert”. Bij de hond vindt er geen afwijkende activiteit in de hersenen plaats en die reorganisatie komt dus niet voor.

Maar waarom zegt iedereen dat dan?
Ja, zul je nu denken, maar waarom doen de honden dan zo strontvervelend als ze de “puberleeftijd” bereiken? Er gebeurt toch bij honden ook wel iets? Wat een raar verhaal hang jij hier op!
Natuurlijk gebeurt er iets. Je hond wordt volwassen en dat gaat wel degelijk gepaard met gedrag dat afwijkt van het normale. Je hond is namelijk sterker en groter aan het worden en gaat kijken of hij een plaatsje kan opschuiven op de ladder der hierarchie.
Echter doet je hond dit ook al veel eerder, namelijk rond de leeftijd van 16 weken. Omdat je pup dan nog vrij jong is zal het je misschien niet eens opvallen maar zal het vertaald worden als “ach het is nog maar een klein eigenwijs pupje”. Voor je pup is dat echter een duidelijk punt: hé dit kan ik maken, als ik nu nog iets groter en sterker ben dan kan ik dat gaan gebruiken!
En ineens is de pup weer meegaand en kent de commando’s die hij geleerd had. Niets aan het handje zo lijkt het.
Dan komt de pup op de leeftijd zoals men de “puberende hond” typeert. Hij wordt geslachtsrijp en heeft maar één doel: op zoek gaan naar de hoogste plek en de kans groot maken op voortplanting (want alleen de hoogste in rang mag gedekt worden door de hoogste reu in rang of de hoogste reu in rang mag dekken).
In hondenroedels waarbij de honden altijd bij elkaar zijn, kun je dit nog duidelijker zien: de ranglagere teven kunnen zich moeizaam laten dekken (uitzonderingen daargelaten) en de ranglagere reuen halen het niet in hun hersens om een poging te doen als er een ranghogere reu aanwezig is.
Bij sommige honden gaat het zelfs zover dat jij als eigenaar weg moet als de hond wil dekken of zich laat dekken, omdat ze het anders niet zullen doen uit respect voor jou (ook hier weer uitzonderingen daar gelaten).
Het is dus belangrijk om te stijgen op de ladder der rangorde om de kans op voortplanting te vergroten.
Je hond zal dus een poging gaan doen om de grenzen te overschrijden en testen of dit lukt. Als dit lukt dan krijg je wat men typeert als de “tegendraadse puber”. Echter gaat dit niet over als je het niet herkend en erop ingaat om de grenzen alsnog te stellen.
Stel je die grens vanaf dag 1 heel duidelijk, dan zul je vrijwel geen puberende hond hebben. Laat je het versloffen of herken je het (te) laat dan kun je je voorbereiden op een flinke dosis tegendraadsheid: de hond ziet mogelijkheden en die benut hij ten volle!

Hoe kom je eraf?
Zodra je bemerkt dat je hond gedrag vertoont waarbij je een gevoel van “waar is het behang, hond erachter en goed dichtplakken” krijgt, moet je direct de duimschroeven aandraaien: kort houden, geen succes laten hebben en je grenzen heel goed bewaken. De hond geen mogelijkheid geven om te denken te kunnen stijgen in rangorde en eventueel aangelijnd houden als je vermoed dat je hond weet dat hij als hij losloopt alsnog een loopje met je kan nemen. Een commando dat je vraagt en je hond ook kent, (zie hoofdstuk “hond verstaat nederlands”) volstaat dus ook alleen maar als het correct wordt uitgevoerd. Vraag jij bijvoorbeeld om een “zit” en je hond gaat liggen, dan sta je erop dat je hond ook echt gaat zitten en neem je uiteraard geen genoegen met een “af”. Als je hond moeite heeft met hierkomen en gebruik maakt van zijn vrijheid, dan neem je de hond tijdelijk aan een tuig en lange lijn mee naar buiten (altijd een tuig aandoen! als de lijn vast komt te zitten in een vaart van je hond kan hij zijn nek breken als hij alleen een halsband aanheeft!) en haal je je hond binnen als hij niet in één keer komt.
Ik heb de voorkeur om aan te houden: perfecte uitvoering is top-beloning, redelijke uitvoering (dus zelf moeten binnenhalen) is “braaf” maar geen voer! Die kans heeft hij verspeeld: voer krijg je alleen als je het perfect doet en niet half. Dit principe doe ik trouwens altijd: in één keer komen is perfect en een grote beloning, langzaam of niet komen is een bevestiging van het gedrag, maar geen grote beloning meer waard. Als je hond weet wat hij moet doen, dan neem je geen genoegen met een halve uitvoering. Straffen is niet nodig, maar belonen met voer zeker ook niet!
Tot slot kun je de hond tijdelijk alle bezit afnemen: geen voer laten staan, geen botjes verstrekken en geen speeltjes laten liggen. Alles moet verdient worden. Dit noemen we NILIF (Nothing In Life Is Free). Dit principe hanteer je door de hond alleen iets te bieden als jij het ermee eens bent. Belangrijk is hierbij dat de hond ook geen beloning haalt uit zichzelf (zelfbelonend gedrag) zoals eten stelen uit de vuilnisbak of van de straat bijvoorbeeld. Of slopen van jouw spullen. Hierin moet je zorgen dat de hond nooit succes kan hebben: muilkorven desnoods als je niet op tijd bent buiten, of aangelijnd houden zodat je op tijd kunt corrigeren door de lijn vast te houden.

Tot slot
Consequent zijn is hier het motto, maar dat hoort het eigenlijk altijd te zijn. Echter zijn wij mensen, en zelden consequent. Consequent zijn ben je niet soms of in bepaalde gevallen, maar altijd! Houd je je hond kort en haalt hij zijn beloningen alleen vanuit jou, dan zal je hond vrijwel niet “puberen”.